Loading

Nieuwsberichten van Administratiekantoor Mans

Herstel woningmarkt lijkt in zicht

Herkomst MANAGERSONLINE.NL

   
 

Vervolg

Toename huisverkopen in tweede kwartaal bovengemiddeld


Woningprijzen lijken zich te stabiliseren
De verkoopprijs van de gemiddelde woning bedraagt nu 205.000 euro. Een vrijstaande woning kostte in het afgelopen kwartaal gemiddeld 341.000 euro, een appartement ging voor 158.000 euro van de hand. De prijsdaling ten opzichte van het vorige kwartaal was slechts 0,3 procent. Gemeten over de afgelopen zes maanden, bedroeg de prijsdaling 1,8 procent. Dit is minder dan vorig jaar, toen er in het eerste half jaar 3,1 procent van de prijs afging.
NVM-voorzitter Hukker: "Inmiddels is dit het derde kwartaal op rij waarin de prijsdaling op jaarbasis minder is dan het kwartaal ervoor. De bodemprijs van de woningmarkt lijkt steeds meer in zicht te komen. Dat is een goed vooruitzicht voor huizenbezitters, die hun bezit de afgelopen periode toch fors in waarde hebben zien dalen. Sinds het begin van de crisis zijn de prijzen met 17,7 procent gedaald, zonder rekening te houden met inflatie."

Vergelijking met vorig jaar
Een vergelijking met hetzelfde kwartaal vorig jaar geeft aan dat de woningmarkt nog altijd in lastig weer verkeert. In het tweede kwartaal van 2012 werden 8,4 procent meer woningen verkocht dan in het tweede kwartaal van 2013. De situatie was vorig jaar wel anders, omdat veel consumenten toen in onzekerheid verkeerden of de lagere overdrachtsbelasting (twee in plaats van zes procent) wel in stand zou blijven. Dit leidde toen tot meer verkopen. Maar alles bij elkaar genomen, zijn in de eerste helft van 2013 ruim acht procent minder huizen verkocht dan in dezelfde periode vorig jaar. Ook de prijzen zijn verder gedaald; die lagen het afgelopen kwartaal 5,3 procent lager dan dezelfde periode vorig jaar. Wel is het zo dat de prijsdaling in de tweede helft van 2012 harder ging dan in de eerste helft van 2013. De looptijd van de verkochte woningen bedroeg in het tweede kwartaal gemiddeld 176 dagen.

Betere betaalbaarheid van woonlasten
Ondanks de aanhoudende malaise op de woningmarkt rekent de NVM toch op betere tijden, niet in de laatste plaats vanwege de sterk verbeterde betaalbaarheid van een koopwoning. De gemiddelde woonlasten zijn voor consumenten in de periode tussen 2009 en 2013 afgenomen met zestien tot 21 procent, afhankelijk van het type woning. Dit komt neer op 100 tot 275 euro netto minder woonlasten per maand. Belangrijkste redenen voor de betere betaalbaarheid zijn de flink lagere rente (4,2 procent nu versus 5,3 procent in 2009), de sterk gedaalde woningprijzen (zes tot twaalf procent lager ten opzichte van 2009) en de verlaagde overdrachtsbelasting van zes naar twee procent.
Hukker: "Wonen in een koopwoning is relatief goedkoper geworden. Helaas ziin er mensen die in de problemen zitten wegens strengere kredieteisen van banken, restschuldproblematiek of andere oorzaken. Maar consumenten die hun financiën op orde hebben en zeker zijn van baan en relatie, hebben een uitstekende positie op de markt. Bovendien verbetert de positie van de koopwoning ten opzichte van de huurwoning doordat scheefwonen en andere ‘oneerlijke’ concurrentie nu wordt aangepakt. Dit zijn allemaal factoren die de koopwoningenmarkt weer aan de praat kunnen krijgen."

Stuwmeer aan onverkochte woningen gestabiliseerd
Het mogelijk herstel van de woningmarkt komt in meer indicatoren tot uiting. Na de substantiële daling van het woningaanbod in het vorige kwartaal is er nu sprake van stabilisering van het aantal te koop staande woningen. Halverwege het tweede kwartaal stonden 169.910 woningen te koop bij NVM-makelaars. In de totale markt waren dit naar schatting 230.000 woningen. De stabilisering van het woningaanbod is opvallend, omdat in het tweede (lente)kwartaal normaal gesproken veel nieuw woningaanbod op de markt komt. Dat is dit kwartaal niet gebeurd. In combinatie met redelijke verkoopaantallen en het laagste aantal van de markt gehaalde woningen (zogenoemde intrekkingen) in drie jaar is het woningaanbod nagenoeg gestabiliseerd.
Het verschil tussen de vraagprijzen en de transactieprijzen, de vraag-verkoopprijsverschillen is teruggelopen. Ook het aantal woningen waarvan de vraagprijs naar beneden wordt bijgesteld, ligt dit kwartaal veel lager dan in de afgelopen jaren. 24 procent minder woningen hebben een vraagprijsaanpassing ondergaan.
NVM-voozitter Hukker: "Ook de signalen uit de markt die binnenkomen via de makelaars zijn opvallend positief. Het percentage woningen dat weinig tot geen aandacht krijgt van potentiële kopers daalt, het aantal verkopers dat eerst de eigen woning wil verkopen alvorens zelf een woning te kopen neemt iets af en ook het aantal woningen dat noodgedwongen snel moet worden verkocht daalt sterk omdat voor een andere strategie wordt gekozen. In combinatie met de forse stijgingen van verschillende indicatoren die het vertrouwen van de consument in de woningmarkt meten, zoals de ING Woonindex en de Vereniging Eigen Huis Marktindicator, duidt dit op een mogelijk omslagpunt in de markt."

Regionale verschillen
De stad Groningen en de Noordvleugel Randstad (met Amsterdam als koploper) behoren tot de meest dynamische woningmarktregio’s van Nederland. De markt is hier relatief krap en woningen verkopen relatief snel. Zeeuws-Vlaanderen blijft het nog steeds goed doen, vooral dankzij interesse vanuit België in vrijstaande woningen die vaak gefinancierd kunnen worden met NHG. De prijzen zijn zelfs gestegen het afgelopen jaar. Ook de markt van Twente is bovengemiddeld goed, waardoor de prijzen in een jaar met slechts vier procent zijn gedaald.
Er zijn ook regio’s waar de markt nog steeds erg ruim is. In de regio’s Duiven-Westervoort en Doetinchem worden al kwartalen lang erg weinig woningen verkocht. De grootschalige uitponding van sociale huurwoningen heeft in Duiven de markt voor particuliere koopwoningen flink op slot gezet. Ook in het noorden en oosten van Groningen en Friesland worden al geruime tijd erg weinig woningen verkocht, gemiddeld staat het woningaanbod hier al vijftien maanden te koop.

Makelaars verhuren steeds meer
Makelaars van de NVM verhuren steeds meer woningen. Uit voorlopige resultaten blijkt dat in het eerste halfjaar van 2013 ruim zeventien procent meer woningen verhuurd zijn in vergelijking met een jaar eerder. Totaal zijn 9.400 woningen verhuurd. De gemiddelde verhuurprijs is wel gedaald tot gemiddeld 956 euro. De toename van het aanbod is voor een belangrijk deel de oorzaak hiervan. Het afgelopen halfjaar is het aanbod met zo’n veertien procent toegenomen tot rond 9.800 woningen.

Politieke rust meer dan ooit geboden
NVM-voorzitter Ger Hukker benadrukt dat een belangrijke reden voor het fragiele herstel op de woningmarkt, de relatieve politieke rust is. "Voor het eerst sinds tijden hebben consumenten geen onzekerheid over nieuwe dreigende maatregelen die hun financiële positie op de woningmarkt plotseling verder ondermijnen. Wel hebben de afgelopen maanden diverse commissies rapporten gepresenteerd: de commissie- Van Dijkhuizen, de commissie-Verhoeven, de commissie-Wijffels. Allemaal mooie plannen, maar we moeten wel kijken naar de realiteit van dit moment. Er is op zich best iets voor te zeggen dat huiseigenaren geleidelijk wat meer eigen geld inbrengen, maar het huidige koopkrachtplaatje in Nederland is daar totaal niet op ingesteld. Beter dan starters eerst decennia extra laten sparen voor een woning, kan de al ingezette koers van aflossen stimuleren worden voortgezet. Dit zijn mogelijke oplossingen voor de heel lange termijn, op de korte termijn kunnen ze de toenemende rust op de woningmarkt alleen maar ondermijnen. Wat dat betreft roep ik niet alleen de politiek op tot rust, maar zeker ook de financiële sector tot het eindelijk eens stoppen met onsamenhangende proefballonnetjes. Het is zaak dat daadwerkelijk ook oog wordt getoond voor het consumentenbelang, in plaats van alleen het belang van de bankbalansen centraal te stellen. Dat moet ook gebeuren, maar wel in samenhang."

Zorgen over doorstromers
Een bijzonder punt van zorg bij de NVM is de positie van doorstromers. Uit een recent rapport van de Amsterdam School of Real Estate (ASRE) blijkt dat niet zozeer alleen starters, maar juist ook doorstromers op de markt het zwaar hebben. In tegenstelling tot wat doorgaans wordt aangenomen, komen starters door een aantal door de NVM bepleite en inmiddels genomen maatregelen (lagere overdrachtsbelasting, startersleningen enzovoort) ongeveer in gelijke mate de markt op als vóór de crisis. Het stilvallen van de woningmarkt lijkt vooral het gevolg van vraaguitval bij doorstromers, met name in de leeftijdscategorieën 25-35 en 35-45. Zij kunnen niet verhuizen, terwijl zij wel de behoefte hebben. Belangrijkste verklaring is de restschuldproblematiek: drie op de vier potentiële doorstromers staat ‘onder water’ en kan zich geen nieuwe woning niet veroorloven.

Oplossen restschuldproblematiek leidt tot tien procent meer verkopen
Naar aanleiding van het onderzoek van de ASRE houdt de NVM een krachtig pleidooi voor de aanpak van de restschuldproblematiek. Hukker: "We moeten ons focussen op doorstromers die wel kunnen en willen doorstromen wanneer zij hun restschuld verantwoord kunnen meenemen naar hun volgende woning. Een belangrijk deel van de huiseigenaren die onder water staan, zou op basis van hun inkomen namelijk prima kunnen doorstromen. Hypotheekverstrekkers werken hier te weinig aan mee, terwijl problemen dan juist opgelost kunnen worden en de woningmarkt als geheel erbij gebaat is. De problematiek kan effectief aangepakt worden door voor het restschulddeel van een nieuwe hypotheek bijvoorbeeld twintig in plaats van tien jaar de tijd te geven om volledig af te lossen, dit nog naast de reguliere aflossing van de nieuwe hypotheek. Banken moeten ook stoppen met restschuld te zien als consumptief krediet, met bijbehorende soms torenhoge rentes. Als we met elkaar dit soort kleine, slimme maatregelen treffen, kan de doorstroming op de woningmarkt zomaar al snel met tien procent verbeteren ten opzichte van nu."

NVM pleit voor impuls nieuwbouw op regionaal niveau
Een ander punt van zorg is de nieuwbouw van woningen. Het aantal verleende bouwvergunningen is met 37.370 vorig jaar gedaald tot ver onder het laagste niveau ooit gemeten door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Volgens de NVM is het dringend tijd voor een gezamenlijke, integrale aanpak door alle betrokken partijen binnen overheid en markt. Hukker: "Een oplossing voor de teruggevallen nieuwbouw is hard nodig en ook zeer wenselijk: de nieuwbouw kan een motor voor de economie zijn. Consumenten kiezen vaak heel bewust voor een nieuwbouwwoning, maar lopen tegen praktische problemen aan. Ze zijn onzeker over het doorgaan van de koop, moeten vaak te lang te wachten op de realisatie van de woning, lopen het risico van meerkosten en de prijs is vaak te hoog. De nieuwbouwwoning moet productmatiger in de markt worden gezet, zodat consumenten weten waar ze aan toe zijn en conform zijn wensen wordt gebouwd.
De oplossingen moeten vooral op lokaal niveau gevonden worden. Een combinatie van snellere procedures, flexibele aantallen woningen, scherpe prijzen, beperken van onnodige kosten, belonen van vroegboekers. Kortom een beterwoonproduct en meer zekerheid voor de consument. Wanneer die oplossing gezamenlijk op lokaal wordt gevonden is er een perspectief voor herstel van de nieuwbouw".